Mentoren, docenten en onderwijsassistenten

Mentor

Elke klas heeft een eigen mentor. Als er iets speelt op school of thuis, bespreek je dit als eerste met je mentor. De mentor verzorgt in ieder geval alle AVO-vakken, zoals Nederlands, rekenen en cultuur & maatschappij. Daarnaast stelt de mentor samen met jou en je ouders/verzorgers een individueel onderwijsprogramma op dat bij jou past. Dit programma wordt het Individueel Ontwikkelplan (IOP) genoemd. De mentor is dus eigenlijk je belangrijkste docent. De mentor houdt contact met iedereen die samen met jou aan je plan werkt, zoals stagebegeleiders en vakdocenten.

Je start de dag bij je mentor en je sluit de dag af bij je mentor. Je zit in een kleine klas (maximaal 17 leerlingen). Dat betekent dat jouw mentor veel aandacht kan besteden aan iedereen in de klas. Jouw mentor leert jou goed kennen en helpt jou daar waar mogelijk

“Ik heb veel zelfvertrouwen gekregen op school”

Docent

Je krijgt niet alleen les van je mentor. Voor sommige vakken heb je andere docenten. Zij geven met veel plezier verschillende lessen op school.

Onderwijsassistent

Tijdens de lessen helpen onderwijsassistenten de docenten. Ze beantwoorden vragen en oefenen in kleine groepjes, zodat er extra aandacht voor jou is.